SUPPORTERSPROJECTEN.
Het waarom, wat en hoe van supportersprojecten in het betaald voetbal.
januari 2001
I. Waarom
projecten bij alle BVO’s.
1. Inleiding.
Jarenlang is in het betaald
voetbal een grote nadruk gelegd op maatregelen om voetbalvandalisme en -geweld
in en rond de stadions tegen te gaan. Dit is de klantvriendelijkheid en de
sfeer rond het bezoeken van wedstrijden niet ten goede gekomen. Recent onderzoek,
o.a. van Deloitte & Touche en Signicom, toont aan dat bezoekers van
voetbalwedstrijden juist aan deze aspecten grote waarde hechten. Het creëren
van een goede sfeer, een vriendelijke en persoonlijke benadering van de
stadionbezoeker en een veiligheidsbeleid dat door haar preventieve karakter
minder dominant is, blijken factoren te zijn die essentieel zijn voor het
versterken van de financiële positie van de BVO.
In navolging van
Engeland wordt ook steeds meer gekeken naar de maatschappelijke verantwoordelijkheid
van BVO’s. De populariteit van voetbal is van een dusdanige omvang dat het diep
insnijdt in de samenleving. Voetbalclubs zijn geen eilanden in de maatschappij.
Problemen in de samenleving zie je –soms zelfs versterkt- ook binnen het stadion
terug. Afschuiven van de verantwoordelijkheid voor deze problematiek op de
samenleving lost de problemen niet op. Het leggen van de verantwoordelijkheid
voor een oplossing bij de voetbalclub, waar de problemen zich meer zichtbaar
dan in de anonimiteit van de samenleving manifesteren is geen optie omdat het
gaat om een complex geheel van factoren die alleen door samenwerking van alle
betrokkenen kunnen worden aangepakt. De populariteit van voetbal kan ingezet
worden om een positieve impuls te geven aan activiteiten gericht op
kwaliteitsverbetering van de samenleving; vanuit die samenleving moet de
voetbalclub ondersteund worden bij het aanpakken van problemen rond
voetbalwedstrijden.
Een goed
publieksbeleid, zowel gericht op de stadionbezoeker als op de vele
voetballiefhebbers die hun club op afstand volgen, in combinatie met
ondersteuning vanuit organisaties buiten de club die kunnen bijdragen aan het
voorkomen van problemen en aan het welslagen van publieksgerichte activiteiten
in en buiten het stadion, is van belang voor zowel een gezonde bedrijfsvoering
van de BVO als voor de versterking van gemeentelijk en regeringsbeleid op
diverse terreinen van de samenleving.
2. Overwegingen.
-
Door verzakelijking van de maatschappij worden
jongeren steeds vroeger geplaatst voor de noodzaak tot het maken van keuzes die
bepalend zijn voor de rest van hun leven. De prestatie- verwachting is
toegenomen en jongeren moeten al vroeg "verantwoordelijk en
volwassen" gedrag vertonen. Dit resulteert in een toenemende behoefte om
aan de mentale druk te ontsnappen door sensationele afleidingen in de sfeer van
vrije tijd. Uitingsvormen hiervan zijn geweld en gebruik van alcohol en drugs,
als groeiend probleem onder jongeren.
-
In de samenleving neemt de individualisering toe en is er sprake van een steeds
grotere mobiliteit en migratie. Hierdoor vervallen sociale structuren die
voorheen gevormd werden door gezin, buurt, school, collega's , kerk, etc. Met het
verval van de sociale structuren dreigen mensen in een isolement te geraken en
zijn ook de binnen die structuren gegroeide normen en waarden in verval
geraakt. Om uit het isolement te komen zoeken jongeren aansluiting bij een
groep, liefst een met kenmerken waaraan zij zich kunnen spiegelen en die
voldoet aan hun behoefte aan uitdaging en afleiding. Zulke groepen ontwikkelen
hun eigen gedragspatronen met daaraan verbonden regels, normen en waarden. Deze
groepen zullen zich in een aantal gevallen, uit een behoefte om de eigen
ontwikkelde normen en waarden op te waarderen, afzetten tegen heersende normen
en waarden en tegen andere groepen.
-
Bij het voetbal komen de genoemde elementen
bij elkaar: voetbal voorziet in de behoefte tot sensationele afleiding; de
vaste jeugdige supporters vinden elkaar in een zelfde vak en vormen ze een
groep; de uitstraling van de club zorgt voor een eigen (van de club afgeleide)
identiteit, waarmee de groep zich kan profileren in de samenleving (op straat,
op school, op het werk) en tegenover andere (supporters-)groepen.
Daarmee is echter
tegelijk de probleemkant blootgelegd: als de wedstrijd onvoldoende voorziet in
de behoefte aan sensationele afleiding omdat er geen sensatie in het
spelverloop zit, kan de groep besluiten zelf voor de nodige sensatie te zorgen.
Als de club, waaraan de groep haar identiteit ontleent, slecht speelt of zakt op de ranglijst, kan
de groep het idee krijgen dat ook zij daardoor zwakker komen te staan. Ter
bescherming van de eigen geloofwaardigheid kan zo'n groep zich 'genoodzaakt'
voelen om durf en kracht aan de buitenwereld en tegenover andere groepen te
bewijzen. Het gebruik van geweld, vaak gecombineerd met alcohol en
drugsgebruik, kan het gevolg zijn. Samenlevingsproblemen worden zo manifest bij
het voetbal. De oplossing van dit probleem kan alleen bereikt worden als
partijen binnen en buiten het voetbal met elkaar samenwerken. Als de overheid
de club ondersteunt bij het uitvoeren van een eigen jeugdbeleid en de club haar
aantrekkingskracht op jongeren laat gebruiken om ook buiten het voetbal (in buurten
en op scholen) met jongeren aan de slag te gaan. Dit is het uitgangspunt voor
de sociaal preventieve aanpak, die gestalte krijgt binnen het
supportersproject. Een supportersproject is een samenwerking tussen de direct
betrokken partijen: club, politie, supportersvereniging en jongerenwerk. Grote
nadruk ligt op het realiseren van een goed publieksbeleid, waardoor de binding
tussen club en publiek wordt vergroot en de behoefte van de jeugd om zich
negatief te uiten wordt verkleind.
II. Het supportersproject
en de voetbalclub.
Factoren die voor de
clubs in het betaald voetbal van belang zijn bij het opzetten van een
supportersproject zijn:
1. Het aantal clubs met aanzienlijke groepen
problematische supporters is gering. Het merendeel van de clubs heeft wel een
aantal lastige jeugdige supporters, maar krijgt vrijwel alleen te maken met het
fenomeen voetbalvandalisme en - geweld als één van de eerstgenoemde clubs op
bezoek komt. De noodzaak van een project, voornamelijk gericht op
problematische supporters, wordt door deze meerderheid van clubs veelal niet
gevoeld.
2. Nederland behoort kwalitatief tot de grote voetballanden. De
bezoekersaantallen in de stadions van de meeste clubs zijn echter laag, zeker in
vergelijking tot andere grote voetballanden zoals Italië, Engeland, Duitsland
of Spanje. Te laag om op langere termijn het grote aantal clubs in het betaald
voetbal te handhaven. Voor het merendeel van de Nederlandse clubs in het
betaald voetbal moet de overlevingsstrategie dan ook gericht zijn op een nieuw
en kwalitatief sterk publieksbeleid. Uitbreiding van het marktsegment -door het
vergroten van het bereik van de club, het investeren in toekomstige
publieksgroepen (jeugd) en het verhogen van de betrokkenheid van het publiek
door middel van een pro-actief beleid- is noodzakelijk om ook in de toekomst
betaald voetbal te kunnen spelen.
Rekening houdend met
deze beide factoren zijn projecten gewenst met een 2-sporen aanpak*:
Spoor 1 richt zich
op een versterking van het publieksbeleid, met extra inzet op jeugdbeleid van
de club: vergroting van het bereik; versterking van de binding met de directe
omgeving en met de regio; een actievere deelname van de jeugd in activiteiten
rondom de club en daarmee verhoging van de binding van de jeugd aan de club.
Spoor 2 richt zich
op preventie: het spelen van voetbalwedstrijden in een veilige omgeving, waarin
een goede sfeer en veiligheid in het eigen stadion en het voorkomen van problemen
rondom de wedstrijden en bij de reizen naar uitwedstrijden, de doelstellingen
zijn.
De 2 sporen samen
moeten zorgen voor een goede sfeer rond voetbalwedstrijden.
* zie IV.
Uitwerkingen.
III.
De gemeente en het supportersproject.
Een betaald
voetbalclub binnen de gemeentegrenzen kan de gemeente in positieve, maar ook in
negatieve zin, op de kaart zetten. Het is duidelijk dat betaald voetbal een
promotionele waarde heeft; niet alleen voor de club en de sponsors die zich aan
die club verbonden hebben, maar ook voor de gemeente waarin de club gehuisvest
is. Uiteraard is dat zo als de club (internationale) successen boekt, maar ook
de vele clubs die de top niet bereiken zorgen ervoor dat de naam van de
gemeente : Sittard, Waalwijk of Emmen,
een zekere mate van bekendheid geniet in Nederland en ook daarbuiten. Dit werkt
in het voordeel bij het aantrekken van bedrijven. De BVO zelf kan zorgen voor
positieve economische effecten door bijvoorbeeld de activiteiten van een
businessclub.
Er zijn meer
voordelen aan het huisvesten van betaald voetbal in de gemeente: de ambiance
van een voetbalwedstrijd geeft politici en ambtenaren van de gemeente de
mogelijkheid om in ongedwongen sfeer contact te houden met bedrijfsleven en
bevolking. En betaald voetbal is natuurlijk goed voor een aanbod van sportieve
ontspanning voor duizenden mensen en stimulering van actieve sportbeoefening.
Aan dit rijtje
willen we graag nog een belangrijk potentieel voordeel voor de gemeente
toevoegen:
de mogelijkheid om met
de uitstraling die de club heeft moeilijk bereikbare (groepen) jongeren te
bereiken; met problematische groepen in buurten effectief te werken, daarbij
geholpen door de aantrekkingskracht die voetbal op de meeste jongeren heeft.
Betaald voetbal kan, door actief beleid van de gemeente en door een meewerkende
opstelling van de club, absoluut meerwaarde hebben voor het bestaande of te
ontwikkelen beleid ten aanzien van jongeren in wijken en
criminaliteitspreventie.
Bij dit laatste
raakt het aan de in aanvang genoemde negatieve kant van betaald voetbal in de
gemeente: het voetbalvandalisme en geweld rondom voetbalwedstrijden.
Een belangrijke
trend speelt hierbij een rol: vanaf de 70er jaren was voetbalvandalisme ook
daadwerkelijk verbonden aan voetbal; het werd gepleegd door jongeren die
supporter waren van de club en in die hoedanigheid een groot deel van de
wedstrijden van die club -thuis en uit- bezochten. Uit deze groepen zich
misdragende jongeren ontstonden de zogenaamde hooligan-groepen: een harde kern
van fanatieke supporters die de eer van de club, maar vooral de 'eer' van de
eigen groep desnoods met geweld verdedigden. Door een serie maatregelen is het
door deze groepen aangejaagde voetbalvandalisme en
-geweld grotendeels
uit de stadions verdwenen. Zeker na Beverwijk en mede als gevolg van
videoregistratie en een toenemend aantal stadionverboden, is de activiteit van
deze hooligan-groepen afgenomen.
Al eerder bleek dat
nieuwe groepen jeugdige 'risico'-supporters zich niet meer wensten te onderwerpen
aan het regime van de oudere hooligan-groepen. Deze nieuwe generatie is niet
zozeer geworteld in de supporterswereld als wel in het uitgaanscircuit. De
groepen zijn veelal los opgebouwd uit medescholieren, jongerengroepen uit
buurten of binnenstad, kroegmaatjes en bekenden van grootschalige
dance-parties, of gegroepeerd op basis van etniciteit. Deze groepen jongeren
zijn op zoek naar confrontaties in uitgaanscentra en in toenemende mate ook
voor en na afloop van voetbalwedstrijden. Een aanzienlijk deel van deze
groepen is geen stadionbezoeker en kan dus ook niet door een stadionverbod
worden getroffen. Het zijn de 'party-timers' die op plaatsen waar massa's bij
elkaar komen wachten op hun 'party-time': heftige actie en de sensatie van
(dreigend) geweld.
De
voetbalgerelateerde misdragingen van deze groepen kunnen dan ook niet meer
worden beschouwd als supportersproblematiek. Het probleem is een
jongerenprobleem dat zich op verschillende plaatsen in de stad manifesteert.
Daarmee is het in eerste instantie de verantwoordelijkheid van de gemeente.
Omdat een groot
aantal jongeren in deze groepen zich toch aangetrokken voelt tot voetbal en
leden van de groep als supporter voetbalwedstrijden bezoeken, kan de groep
aanspreekbaar gemaakt worden met behulp van de in de stad gehuisveste BVO. Een
aan deze BVO verbonden supportersproject zorgt met een goed uitgevoerd
jeugdplan voor aansprekende preventie-activiteiten op basisscholen en voor een
preventieaanpak voor grote groepen jeugdige supporters.
Met de activiteiten
van de aan een project verbonden fan-coach* vindt ook de verbreding plaats naar
andere vindplaatsen en wordt in de samenwerking met bestaand buurt- en
jongerenwerk, met HALT, reclassering, politie en sportprojecten de uitstraling
van de club ingebracht waarmee de effectiviteit van het werken met moeilijk
bereikbare groepen vergroot wordt.
* zie: IV. Uitwerkingen
IV. Uitwerkingen.
1. Het jongerenwerk
SPOOR 1: HET
JEUGDPLAN.
a. Uitgangspunten.
- Voetbal oefent een grote aantrekkingskracht
uit op de jeugd. Clubs kunnen veel meer dan nu het geval is gebruik maken van
deze aantrekkingskracht om actief het publieksbereik te vergroten.
- De belangrijke plaats die voetbal inneemt
bij een groot deel van de jeugd brengt voor de club een maatschappelijke
verantwoordelijkheid ten opzichte van die jeugd met zich mee. De
aantrekkings-kracht van voetbal en de uitstraling van club en spelers kunnen
benut worden ter versterking van
normen en waarden
bij de jeugd.
- De betrokkenheid van de jeugd bij de club
wordt versterkt door hen een actieve rol te geven; hen te laten participeren in
onderdelen van de organisatie van de club en in activiteiten rondom
wedstrijden.
- De jeugd heeft experimenteerruimte nodig;
wil grenzen verkennen. Dat hoort bij het proces dat leidt tot het vinden van
een goede plek in de samenleving. Het in een vroeg stadium stellen van grenzen,
dus al bij "wat hoort en niet hoort" in plaats van bij "wat
verboden is en niet verboden", geeft de jeugd een duidelijk kader waarin
ze nog grenzen kunnen verkennen zonder dat zij daarmee direct over de streep
van wetsovertreding gaan. Anderzijds moet ruimte gegeven worden aan positief
experimenteergedrag door de jeugd verantwoordelijkheid te geven voor
activiteiten rondom de club en voor de eigen groep.
b. Doelgroepen
De jeugd
ontwikkelt zich snel. Wat voor een jongen van 11 nog leuk is, is voor een
jongen van 13, die al op de middelbare school zit, te kinderachtig. Een nog
scherpere grens ligt bij 16 jaar als jongeren naar het café mogen en op een
scooter of brommer mogen rijden. De belevingswereld van de jeugd is dan ook per
periode van 3 jaar verschillend en een goed jeugdplan houdt hier rekening mee.
De doelgroep wordt dan ook in aanpak en opzet van activiteiten onderverdeeld in
3 leeftijdscategorieën:
categorie
1. 10 t/m 12 jaar.
2. 13 t/m 15 jaar.
3. 16 t/m 18 jaar.
Categorie 1: 10 t/m
12 jaar.
a) Scholenproject.
programma
voor bovenbouwgroepen van alle basisscholen..
wat: Spelregels, waarden en normen.
wie: Speler, ondersteund door
projectwerker.
hoe: Speler vertelt over eigen
ervaringen (jeugd en bij voetbal) ten aanzien van pesten, intolerantie,
discriminatie, het belang van spelregels. Projectwerker legt in
gesprek/discussie met de klas verband tussen de ervaringen van de speler en de
ervaringen van de kinderen; 'vertaalt' ervaringen naar spelregels in het
dagelijks leven en naar waarden en normen.
duur: 1 dag per klas/groep.
vervolg: De bovenbouwgroepen mogen per school
gratis een wedstrijd bezoeken en worden daarbij ontvangen door de speler(s) die
in de klassen geweest zijn. Alle kinderen krijgen na afloop een aandenken en
een uitnodiging om lid te worden van de junior-fanclub.
taakverdeling: De projectwerker is verantwoordelijk voor opzet
en uitvoering van dit onderdeel. De club ondersteunt hem/haar daarbij
inhoudelijk en facilitair.
b)
De Junior-fanclub (JFC)
(voor kinderen van
10 t/m 12 jaar).
wat: Kinderen uit stad en regio
actief betrekken bij de club.
wie: BVO/SV i.s.m. de
jeugdwerker van project.
hoe: Alle bovenbouwgroepen van
basisscholen in stad en regio worden benaderd met een uitnodiging om lid te
worden van de junior-fanclub (juniorclub/kidsclub).
Het lidmaatschap van
de JFC geeft, naast het krijgen van 'hebbedingetjes', de mogelijkheid om mee te
mogen doen met de diverse activiteiten van de JFC, zoals de penalty-bokaal of
shoot-out in de rust van wedstrijden, het op het veld verwelkomen van de
spelers, ontmoeting met de favoriete
speler, een rondleiding door het stadion, sportevenementen, juniordagen,
uitstapjes, etc.
De JFC organiseert ouderavonden
om ouders kennis te laten maken met de club en de activiteiten van de JFC en
tevens om met de ouders te praten over waarden en normen, de vertaling daarvan
in de regels van de club en wat dat betekent voor het gedrag van hun kind in
het stadion. Het lidmaatschap van de JFC geeft recht op een plaats op de
(gezins-)tribune tegen gereduceerde prijs.
vervolg: Op hun 13e verjaardag krijgen de
leden van de JFC een uitnodiging om lid te worden van de 'fan-company'.
taakverdeling: Opzet en uitvoering van de juniorclub is een
taak voor de club, die kan worden uitgevoerd in nauwe samenwerking met de SV.
Voor de uitvoering is het aan te bevelen om een speciale jeugdwerker binnen het
project aan te nemen.
categorie 2: 13 t/m
15 jaar.
Fan-company. (van consument naar producent).
wat: Een activiteitenclub voor
jeugdige supporters, gekoppeld aan een eigen jeugdvak in het stadion.
wie: De SV, ondersteund door de
fan-coach en de jeugdwerker.
hoe: Leden
van de JFC en jeugdige supporters worden uitgenodigd om zich aan te melden bij de
fan-company. Dit is geen vereniging waar de leden vooral deelnemer zijn
bij activiteiten, maar een club gericht op het werken aan
sfeerverbetering in het stadion rondom wedstrijden en aan aansprekende
activiteiten buiten de wedstrijden om. Leden zijn meer producent dan consument.
Ze maken als het ware deel uit van een bedrijf of 'company'. Leden van
de 'fan-company' kunnen dan ook 'bedrijfsopleidingen' (company-training)
krijgen:
Voor alle leden de basistraining
bedoeld om ze kennis te laten maken met de club en wat er allemaal komt kijken
bij een voetbalorganisatie.
Trainingen gericht
op het werken aan de diverse produkten en diensten van de'fan-company'; bv
dienstverlening aan de club, sfeerverbetering in het stadion en het eigen vak,
sportactiviteiten, evenementen (o.a. jaarlijkse jeugddag), zomerkamp, de
'company fanzine', de eigen homepage op internet, opzetten fietsenstalling,
etc. De leden van de 'fan-company' krijgen een eigen jeugdvak in het stadion,
dat zij (binnen de richtlijnen van de club) zelf inrichten en van
sfeerelementen voorzien. In het jeugdvak zijn vaste stewards die de jeugd niet
alleen wijzen op wat niet mag, maar zeker ook op wat hoort en niet
hoort. Deze stewards worden ook ingezet bij de activiteiten van de
'fan-company', zodat in een vroeg stadium het doel 'kennen en gekend worden' wordt
bereikt. Tevens kan bureau HALT bij wedstrijden actief zijn in het jeugdvak.
Taakverdeling: De 'fan-company' geeft veel
verantwoordelijkheid aan de jeugdige supporters zelf. Dit proces moet vakkundig
begeleid worden door de fan-coach en/of een collega jeugdwerker. Waar mogelijk
moet de 'fan-company' onderdeel zijn van de SV, die daarbij ondersteund wordt
door de fan-coach. De club zorgt voor een eigen jeugdvak en de speciale
jeugdstewards die opereren in het vak en bij de activiteiten van de
'fan-company'.
Categorie 3: 16 t/m
18 jaar.
wat: Bovenbouw van de
'fan-company'; voor jeugdige supporters van 16 t/m 18 jaar.
wie: De SV (indien mogelijk),
ondersteund door de fan-coach en de jeugdwerker.
wat: idem als bij 2, maar dan
voor de groep supporters van 16 t/m 18 jaar. Voor deze groep geen eigen jeugdvak.
Andersoortige - op de leeftijd toegesneden- trainingen en activiteiten. Bv:
organisatie van (jeugd-) reizen naar uitwedstrijden, bedenken en uitvoeren van
sfeerverhogende activiteiten in het stadion, uitwisselingen met groepen uit het
buitenland, out-door/challenge activiteiten, voetbaltrips naar buitenlandse
wedstrijden, opzetten home-page, activiteiten in het home van de SV (indien
aanwezig), organisatie
sportactiviteiten, organisatie evenementen, dienstverlening aan de club, assisteren bij activiteiten van de
junior-club, promotieactiviteiten op middelbare scholen, etc.
Taakverdeling: (zie ook bij 2) vakkundige begeleiding van
de zelfwerkzaamheid van de supporters door de fan-coach. Als onderdeel van de
SV zal extra aandacht besteed moeten worden aan de samenhang tussen de
zelforganisatie van de 'fan-company' en de SV als moederorganisatie. De club
geeft inhoudelijke en facilitaire ondersteuning.
SPOOR
2: FANCOACHING:
ENKELE
UITGANGSPUNTEN.
De fan-coach.
Voor het werken met
de groep supporters van 18 jaar en ouder, waaronder ook de risico-supporters,
wordt een zogenaamde fan-coach aangesteld vanuit het jongerenwerk, die werkt
ten dienste van het project. De belangrijkste taken van de fan-coach zijn het
contact leggen met de doelgroep, deze contacten gebruiken om supporters aan te
spreken op hun gedrag en te voorkomen dat nieuwe groepen risicosupporters
ontstaan of dat nieuwe groepen zich aansluiten bij de bestaande
risico-supporters.
Omdat in toenemende
mate clubs geconfronteerd worden met zich buiten het stadion misdragende
groepen jongeren, die geen supporter zijn van de club en niet of slechts
sporadisch wedstrijden bezoeken, heeft de fan-coach ook tot taak deze jongeren
aanspreekbaar te maken voor het bestaande jongerenwerk, HALT-bureau's, politie
of buurtpreventiewerkers.
De fan-coach, die
werkt onder het motto "kennen en gekend worden" is de 'spin in het
web'. Hij onderhoudt contacten met de doelgroep, met de club, met de politie en
met de supportersvereniging. Hij organiseert samen met de doelgroep
activiteiten en doet dit in samenspraak met de club en de politie. Waar nodig
ondersteunt de club de activiteiten en wordt door de politie advies of
'rugdekking' gegeven. Hij ondersteunt de supporters-vereniging bij
jeugdactiviteiten en activiteiten waaraan ook door risico-supporters wordt
deelgenomen en helpt de supportersvereniging bij het verkrijgen van een
ingewerkt kader voor jeugdactiviteiten. Hij zit in het overleg met club en politie
in de voorbereiding van wedstrijden en brengt de nodige informatie in. Hij is
actief op die plekken waar de doelgroep zich buiten het voetbal ophoudt (in
buurten of op scholen) en werkt samen met buurtpreventieprojecten, HALT,
jongerenwerk en sportverenigingen. De fan-coach is kortom de verbindings- en
communicatieman voor de betrokken partijen binnen en buiten het voetbal.
Gemeentelijk jeugdbeleid.
De inzet
van jongerenwerkers in het kader van een supportersproject moet niet opgevat
worden als een specifiek aan de problematiek van voetbalvandalisme en –geweld
verbonden activiteit, maar moet geplaatst worden in de integrale aanpak van
jongerenproblematiek en als onderdeel van gemeentelijk jeugdbeleid.
Integrale
aanpak.
Integrale
aanpak kenmerkt zich door een samenhang in de functies gericht op preventie en
aanpak van de jongerenproblematiek. Coaching door de aan een sociaal preventief
project verbonden werker en afstemming van op jongeren gerichte activiteiten
moet leiden tot een effectieve en samenhangende aanpak. Het brengen van
samenhang in de op de doelgroep gerichte activiteiten en de coaching van
individuele jongeren, kent enerzijds als voorwaarden dat de activiteiten en
voorzieningen een gelijke en gemakkelijke toegankelijkheid hebben en dat sprake
is van een -in de uitvoering- samenwerkend netwerk; anderzijds dat bij de
jongere zelf de barrières weggenomen worden die coaching bemoeilijken. Dit
laatste kan alleen door de jongeren actief te benaderen en met hen een
vertrouwensrelatie tot stand te brengen.
Coaching.
Voor veel
jongeren geldt dat zij niet in staat zijn optimaal gebruik te maken van de
maatschappelijke mogelijkheden en van het voorzieningenaanbod. Oorzaken kunnen
zijn:
gebrek
aan sociale vaardigheden, weinig zelfvertrouwen, gebrek aan (zelf-)discipline,
onaangepast of crimineel gedrag, overmatig alcohol- of drugsgebruik,
psychische- of gezondheidsproblemen, problematische thuissituatie, etc. Gevolg
hiervan kan zijn dat deze jongeren zich aansluiten bij een groep jongeren, die
zich met eigen normen en waarden enerzijds profileert in, en anderzijds
afzondert van de sociale omgeving. Zo’n groep wordt als maatschappelijk
probleem ervaren en is door een steeds verdergaande stigmatisering moeilijk
aanspreekbaar of bereikbaar voor leerkrachten, opvoeders en jongerenwerkers.
Een dergelijke groep dient als groep betrokken te worden bij voor hen
aansprekende activiteiten. Individuen uit de groep dienen gestimuleerd en
begeleid te worden in hun pogingen een plaats te verwerven in de samenleving.
Een vertrouwenspersoon, met wie ze over de dagelijkse successen en mislukkingen
kunnen praten en die hen coached bij het optimaal gebruik maken van eigen
mogelijkheden en voor hen aanwezige voorzieningen, kan een brug vormen tussen
de behoefte van de jongere en de mogelijkheden die de samenleving hem wenst te
bieden.
Coaching
is een methode waarbij het gaat om het leveren van maatwerk. Coaching biedt de
mogelijkheid tot intensieve begeleiding op meerdere leefgebieden; de jongere
beter toe te rusten om zijn eigen
sterke kanten en de positieve mogelijkheden die de samenleving hem biedt aan
elkaar te koppelen. Hierbij wordt o.a. gebruik gemaakt van zogenaamde
voortrajecten en van paralleltrajecten.
Voortrajecten.
Voortrajecten
zijn erop gericht de jongere meer vertrouwen in eigen kunnen te geven en hem te
motiveren om een traject (school, werk, relatie) af te maken. Voortrajecten
zijn voor de coach een middel om basisvaardigheden bij de jongere aan te
brengen, nodig om zich met meer plezier en beter gemotiveerd in het
maatschappelijk verkeer te bewegen.
Dit
gebeurt door niet de problemen, maar de sterke en positieve kanten en
vaardigheden van de jongere te benadrukken en hem te stimuleren deze optimaal
te gebruiken. Hierdoor wordt de dynamiek die het leven van jongeren kenmerkt
niet afgebroken, maar juist versterkt, omdat juist de aanwezige dynamiek nodig
is om een traject af te maken. De negatieve dynamiek, die zich uit in
bijvoorbeeld geweld of criminaliteit, kan omgezet worden in een positieve
dynamiek.
Paralleltrajecten.
Om te
voorkomen dat een jongere vroegtijdig zijn opleiding onderbreekt of als
ondersteuning van bijvoorbeeld een arbeidstraject, is het voor een aantal
jongeren noodzakelijk paralleltrajecten te ontwikkelen. Het kan gaan om
trajecten gericht op verandering van het vrijetijdsbestedingspatroon van de
jongere. Daar waar, al dan niet meegetrokken door een vriendengroep, de jongere
zichzelf in zijn vrije tijd in de problemen werkt door bijvoorbeeld overmatig
alcohol- of druggebruik, vandalisme of crimineel gedrag en daardoor weer
problemen krijgt op school, wordt door de coach een paralleltraject opgezet.
Ook kan het gaan om een paralleltraject dat dient als aanvulling op het
onderwijs of als oriëntatie of voorbereiding op de arbeidsmarkt.
Paralleltrajecten zijn individueel of richten zich op de klas, waarbij
samengewerkt wordt met de school en met andere betrokken instanties,zoals
voetbalclub, sportverenigingen, Halt, jongerenwerk/buurtwerk, ondernemingen,
arbeidsbureau, etc.
2. De rol van de supporters (-vereniging).
Bij het voeren van
een goed publieksbeleid is de inbreng van de supporters onmisbaar. Een modern
bedrijf - en een BVO moet om te overleven
gerund worden als een modern bedrijf-
kent een groot belang toe aan de vraag van de klant, het voeren van een
klantvriendelijk beleid en het optimaliseren van de tevredenheid van de klant
over het product. Steeds meer ondernemingen beseffen dat de kwaliteit van het
klantenbeleid minstens net zo belangrijk of soms nog belangrijker is dan de
kwaliteit van het product. Bedrijven als Shell en Albert Heyn kennen
klantenpanels om tegemoet te kunnen komen aan bijvoorbeeld de zorg om het
milieu onder klanten en zijn ook bereid te investeren in ecologisch
verantwoorde productie en producten. McDonalds zou zonder zijn uitgekiend
klantenbeleid niet meer zijn dan een onbeduidende hamburgerverkoper, waarvan
er dertien in een dozijn zijn en Coca Cola en Nike hebben al lang begrepen dat
het marktaandeel staat of valt bij de benadering van de klant en maar beperkt
afhankelijk is van de pure productkwaliteit.
Ook het betaald
voetbal ontkomt niet aan de wetten van de markt en de veranderende vraag van de
klant. Maar hoewel er driftig met termen gesmeten wordt als klantenbinding en
vergroting van het bereik, is er van een bedrijfsmatig klantenbeleid veelal
nauwelijks sprake. Lang niet bij alle BVO's is het besef aanwezig dat er fors
geïnvesteerd moet worden in dat klantenbeleid, om de bedrijfstak voldoende
groeipotentie te laten houden.
Bewonderend of
jaloers wordt gekeken naar Engeland, waar het voetbal een ijzersterke groei
doormaakt mede dankzij een klantvriendelijke stadioninrichting en een op
klantenbinding gericht beleid. Er wordt gezocht naar vertalingen van deze
aanpak voor de Nederlandse situatie. Hierbij moet echter absoluut het proces
betrokken worden dat in Engeland heeft geleid tot de nu gehanteerde aanpak.
Na de zoveelste
voetbalramp, in Hillsborough, werden naar aanleiding van het Taylor-rapport bij
de voetbalclubs commissies in het leven geroepen waarin naast de club de
supporters meewerkten aan de gezondmaking van het engelse voetbal. Juist door
de erkenning van de supporters als belanghebbenden en dus medeverantwoordelijk
voor het betaald voetbal in Engeland, was het mogelijk om een klantgerichte
aanpak door te voeren in plaats van het oude, op beheersing en ordehandhaving
gerichte, beleid.
Voor de Nederlandse
BVO's is de situatie niet gelijk aan die in Engeland, maar wel gelijk zijn de
marktwetten waaraan een bedrijfstak moet voldoen. Dat betekent dat een
klantgerichte aanpak ook hier gebaseerd moet zijn op het structureel betrekken
van de klant bij de totstandkoming van het product. Hiervoor dient er een
aanspreekbare vertegenwoordiging van die klanten te zijn. Een organisatie die
voortkomt uit de supporters en goed op de hoogte is van wat er bij de
verschillende supportersgroepen leeft. Zo'n vertegenwoordigende organisatie van
supporters moet dan wel over een kader beschikken dat actief kan participeren
in de totstandkoming van een goed publieksbeleid.
Formeel kunnen de
bestaande supportersverenigingen deze rol op zich nemen. Het probleem is echter
dat de diverse supportersverenigingen verre van gelijkwaardig zijn. Een aantal
SV's kan aan de hierboven gestelde eisen voldoen, maar een groot aantal
verenigingen zal, zoals zij nu functioneren, onvoldoende in staat zijn om het
gewenste publieksbeleid mede vorm te geven. Dit komt omdat zij als vereniging
een te beperkt aantal leden hebben om als vertegenwoordiging op te kunnen
treden; omdat de contacten met bijvoorbeeld groepen jeugdige supporters te
minimaal zijn om ook de wensen van deze groepen naar voren te kunnen brengen,
of omdat er onvoldoende (kwaliteits-) kader is om daadwerkelijk actief te participeren in de organisatie rondom
publieksbeleid.
Dit mag echter nooit
betekenen dat daarom maar zonder de inbreng van de supporters aan de slag
gegaan wordt. Uitgangspunt is dat supporters structureel een rol krijgen in de
organisatie rond publieksbeleid; dat betekent dat die verenigingen die nog niet
aan de gestelde eisen kunnen voldoen ondersteund moeten worden in de opbouw en
omvorming van hun vereniging.
Het betekent voor de
SV's dat zij af moeten stappen van een star leden-beleid en zich open moeten
stellen voor alle supporters van de club; ook diegenen die om welke reden dan
ook geen lid van de SV wensen te worden. Bijvoorbeeld kan de SV het initiatief
nemen tot een ‘supportersraad’: een uit alle geledingen van supporters gekozen
adviesraad die meepraat over het klantenbeleid van de club. Het betekent ook
dat de SV supporters -leden en niet-leden- moeten activeren in diverse (voor
verschillende groepen aansprekende) activiteiten om zo het kader te krijgen dat
nodig is voor de rol die de SV moet spelen in de organisatie rond
publieksbeleid. Gestreefd kan worden naar een situatie waarin de SV een
koeplorganisatie is voor een zeer gedifferentieerd geheel van kleine en grotere
“fan-clubs”, die elk naar gelang de specifieke wensen van hun leden
activiteiten kunnen organiseren of een bv de verantwoordelijkheid kunnen nemen
voor een eigen bus in de bus-combi. ( dit maakt ook een meer gerichte
begeleiding van grote groepen supporters naar uitwedstrijden aanzienlijk
gemakkelijker). Voorbeeld is PSV, waar onder de naam Fans United verschillende
fan-clubs verenigd zijn en via een vertegenwoordiging samenwerken met de
oorspronkelijke supportersvereniging.
Gedacht kan dan ook
worden aan democratisering van de clubs, waarbij de diverse fan-clubs door
middel van heuse verkiezingen leden leveren voor een supportersraad die een
belangrijke stem krijgt in de club. De SV heeft in die context een rol als
spreekbuis namens de supportersraad voor het dagelijks beleid van de club.
Plaats en taken van
de supportersvereniging in de organisatie rond publieksbeleid.
De SV dient deel uit
te maken van de Werkgroep Publieksbeleid verbonden aan de BVO. In deze werkgroep
zitten naast de SV: de coördinator publieksbeleid van de club (indien daarnaast
als aparte functies aanwezig ook de VC en de SC), de stewardcoördinator, de
politiefunctionaris belast met voetbal en de fan-coach vanuit het jongerenwerk.
Deze werkgroep bepaald, onder leiding van de coördinator publieksbeleid, het
publieksbeleid van de club. De werkgroep is geen praatcollege, maar een
uitvoeringsorgaan, waarin elk der partijen een aantal eigen taken heeft.
De taken behorend
bij de SV zijn:
- het organiseren van reizen bij uitwedstrijden.
- het jaarlijks opstellen van een vervoersplan uitwedstrijden.
- het organiseren van activiteiten voor supporters, speciaal voor
jeugdige supporters (zie ook het
jeugdplan).
- het samen met de club opzetten en runnen van de juniorclub.
- het exploiteren van het supportershome (indien aanwezig).
- informatieverstrekking aan bezoekende en eigen supporters
(supporterskrant), homepage/web-site, verzorging pagina in lokale media,
activiteiten-flyers, etc).
- het fungeren als aanspreekpunt voor supporters en als antenne voor
wat er leeft.
- belangenbehartiging supporters.
- de verkoop van fan-artikelen; het exploiteren van de fan-shop.
Deze taken worden in
opzet besproken in de werkgroep en in principe zelfstandig uitgevoerd door de
SV, daarbij facilitair en personeel (bv stewards op de bussen) ondersteund door
de club. Bij een aantal taken, zoals de activiteiten voortvloeiend uit het
jeugdplan, krijgt de SV ondersteuning van een jeugdwerker, die als
beroepskracht is verbonden aan het project, en van de Fan-coach vanuit het
jongerenwerk. Bij de organisatie van de reizen bij uitwedstrijden wordt,
gebaseerd op het vervoersplan, een
draaiboek gehanteerd dat is opgesteld in de werkgroep publieksbeleid.
In de werkgroep kan
om veiligheidsredenen besloten worden dat de verantwoordelijkheid voor het
vervoer van de supporters bij een risicowedstrijd niet bij de SV, maar bij de
club komt te liggen.
3. De Club.
De clubs moeten
uitdrukkelijk hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van het eigen publiek
en ten aanzien van bezoekende supporters. Uitgangspunt daarbij moet zijn dat
supporters geen toevallige passanten zijn. Het zijn geen klanten die,
vergelijkbaar met een dagje woonboulevard of pretpark, min of meer toevallig
besloten hebben om naar een voetbalwedstrijd te gaan. Het overgrote deel van de stadionbezoekers bestaat uit supporters
die ervoor gekozen hebben om zich aan de club te binden. Zij voelen zich deel
van de club en zijn bereid de club te steunen (support te geven). Het zijn
mensen die –vaak voor het leven- voor de club gekozen hebben en wekelijks in
eigen of andermans stadion bijeenkomen om hun club aan te moedigen en zich deel
te voelen van de grote clubfamilie. Het zijn dus geen onbekenden en supporters
dienen dan ook niet als anonieme groep aangesproken en behandeld te worden,
maar als echte leden van de familie. En zoals het binnen een goede familie
hoort, is de omgang met elkaar gebaseerd op communicatie en niet op maatregelen
en sancties en worden familieleden die dreigen te ontsporen in eerste instantie
binnen de eigen familie tot beter gedrag aangezet.
De club heeft ook
een verantwoordelijkheid ten aanzien van “de buren”: de stad of het stadsdeel waarin
de club gehuisvest is. Ook met deze buren dient een goede relatie te bestaan en
burenhulp hoort daarbij. Een derde verantwoordelijkheid van de club is er ten
aanzien van de vrienden: de vele aanhangers van de club die niet naar een
stadion komen, maar via de media hun club volgen.
Rekening houdend met
deze 3 verantwoordelijkheidgebieden stelt de club een publieksbeleidsplan op.
Ten aanzien van de
trouwe supporters dient zo’n beleidsplan deze supporters nadrukkelijk te
betrekken bij het beleid, bijvoorbeeld door het instellen van een
supportersraad met daadwerkelijke zeggenschap op het gebeid van publieksbeleid.
Voor de “buren”, de
gemeente of het stadsdeel kan de club, naar Engels voorbeeld, de naam en de
faciliteiten beschikbaar stellen voor door de “community” geïnitieerde en
grotendeels uitgevoerde activiteiten. Bijvoorbeeld activiteiten in het kader
van ‘voetbal tegen racisme’, waarbij aangesloten kan worden bij de FARE
(Football against racism Europe) en de vele nationale en lokale initiatieven die
er overal in Europa zijn. Ook passen in de “community” activiteiten de
projecten voor basisscholen, sportstimulerings activiteiten waaraan de club
faciliteiten en naam verbindt, activiteiten van jongerenwerk of buurtwerk voor
probleemgroepen in wijken, etc.
Voor de vrienden van
de club: de vele schoolkinderen die supporter zijn van de club, supporters die
om welke reden dan ook niet naar een stadion gaan, kan de club meer betekenen
door middel van de eigen web-site, eigen tv-uitzendingen (ook in ziekenhuizen)
een breed uit te geven clubmagazine, clubdagen, etc. Maar ook kunnen in andere
plaatsen waar meerdere supporters wonen, plaatselijke fan-afdelingen worden
opgericht en activiteiten worden georganiseerd.
Een globaal
overzicht van zaken die in een publieksbeleid aan de orde dienen te komen:
Publieksservice bij
wedstrijden (in samenwerking met de supportersvereniging):
- (reis-)organisatie uitwedstrijden
- sfeercommissie
- service bezoekersvak
- belangenbehartiging
Stewarding:
- werving/selectie: apart voor stewards gericht op service en
informatie en op stewards belast met veiligheid.
- opleiding en instructie (gericht op specifieke taken zoals
begeleiding jeugdvak of veiligheid)
- planning
- beleidsvorming
- persoonlijke ontwikkeling
Klantenbinding:
- kidsclubs
- fan-company
- supportersvereniging
- gezinsclub/-tribune
- ouderenclubs
- gehandicaptenbeleid
- supportersraad
Comunity services:
- basisschool programma
- scholenprojecten (middelbare scholen)
- thema bijeenkomsten
- allochtonenbeleid
- vrijwilligersbeleid
- anti-racisme activiteiten
T.a.v. het
supportersproject:
- Mede verantwoordelijk voor beleid
- Faciliteren
- Teamvorming
V. Structuur
van een supportersproject.
Een supportersproject
bestaat uit verschillende bij preventie voetbalvandalisme betrokken
partijen die elk vanuit hun eigen taken en werkwijze een op elkaar afgestemde
bijdrage leveren aan het behalen van de doelstellingen.
Deze doelstellingen
zijn:
1.
Versterking van de binding van
voetballiefhebbers en supporters met de club door het voeren van een goed
publieksbeleid; o.a. door een (klant-)vriendelijke tegemoettreding van -en het
opbouwen van contacten met- supporters.
2.
Het voorkomen van, of terugdringen van
vandalisme, geweld en intolerantie bij
voetbalsupporters, vooral bij de jeugd.
3.
Het gebruiken van de aantrekkingskracht
van voetbal en het aanzien van de club voor activiteiten gericht op jongeren in
buurten en scholen met als doel het aanbrengen van respect voor waarden en
normen en het voorkomen van criminaliteit en intolerantie.
Groepen die extra
aandacht dienen te krijgen zijn
1. Die groepen supporters (ongeacht hun
leeftijd) die risicogedrag vertonen of waarvan
signalen zijn dat er op korte termijn risico-gedrag kan ontstaan.
2. Jeugd en jongeren van 10 tot 25 jaar in de
gemeente waarin de club gehuisvest is,
voorzover een relatie met betreffende groepen van betekenis is voor het
verwezenlijken van de doelstellingen.
Specifiek: die jongeren of groepen jongeren
die risicogedrag vertonen of waarvan signalen zijn dat er op korte termijn
risico-gedrag ontstaat, voorzover een relatie met hen bijdraagt aan het behalen
van de doelstellingen.
De samenwerking tussen
de in werkwijze en cultuur verschillende partijen kent de volgende voorwaarden:
- Het jongerenwerk moet aansluiting vinden bij het supportersbeleid
van de clubs. Om dit te bereiken zal er voor het jongerenwerk ook 'iets te
halen' moeten zijn bij het voetbal. Er moet ruimte zijn om binnen een
supportersproject te werken met jongeren, die in de buurten tot de moeilijk
bereikbare groepen behoren. De samenwerking met de club zal van dien aard
moeten zijn dat de aantrekkingskracht van de club doorwerkt naar het
jongerenwerk verbonden aan het project.
- Er moet sprake zijn van een integrale aanpak. De partijen
die samenwerken in een supportersproject (club, supportersvereniging,
jongerenwerk en politie) doen dit op basis van gelijkwaardigheid en met behoud
van de eigen identiteit en werkwijze. Zij zullen met elkaar een
inspanningsverplichting overeen moeten komen, waarbij elk der actoren zich
optimaal inzet om te komen tot vermindering van voetbalvandalisme en -geweld.
- Er dient een optimale afstemming te zijn tussen de betrokken
partijen. Samenwerking met behoud van eigen identiteit en werkwijze vereist
extra zorg waar het gaat om een goede afstemming. Het vraagt om een boven de
partijen staande procesbewaking, met mogelijkheden tot coördinatie, regievoering en aansturing.
Voor overleg,
afstemming en uitwisseling van informatie en ervaring op landelijk niveau met
de andere projecten moet capaciteit en tijd binnen de projecten voorhanden
zijn.
Er moet aansluiting tot
stand gebracht worden met de aanpak in het kader van het Grote Steden beleid,
met de lokale projecten criminaliteitspreventie, met de
sportstimuleringsprojecten, HALT en reclassering, buurtwerk, lokaal beleid
gericht op allochtone jongeren en andere relevante beleidsprioriteiten.
Hiertoe dient een op dit gebied deskundige en over het geschikte netwerk
beschikkende organisatie bij het opzetten van nieuwe projecten de koppelingen
met bovengenoemde terreinen tot stand te brengen.
Supportersprojecten
moeten dus:
- in de kern gevormd worden door de direct betrokken partijen: de
betaald voetbal organisatie (BVO), de supportersvereniging (SV), politie,
jongerenwerk en - waar apart aanwezig- stadionbeheer.
- gebaseerd zijn op de daadwerkelijke participatie van de betrokken
partijen waar het gaat om sociale preventie voetbalvandalisme en -geweld. De
partners in een lokaal project hebben elk hun eigen (autonome) taken en
verantwoordelijkheden. Deze worden -voorzover betrekking hebbend op
supportersbeleid- in de vorm van een
inspanningsverplichting vastgelegd in een convenant.
- niet bij voorrang verbonden zijn aan een der betrokken partijen.
Dit om de samenwerking op basis van gelijkwaardigheid en met behoud van eigen
identiteit te waarborgen.
- goed aangestuurd worden door een bij de uitvoering betrokken
projectcoördinator, die tevens zorg draagt voor het opzetten en onderhouden van
een lokaal en bovenlokaal netwerk.
- participeren in een landelijk netwerk van sociaal preventieve
projecten, ten behoeve van landelijke afstemming, ervaringsuitwisseling en
initiëren/adviseren ten aanzien van landelijk beleid.
Uit de doorlichting
van de bestaande projecten blijkt dat aan de gestelde voorwaarden nog het best
voldaan wordt bij die projecten waar de fan-coach in dienst is van een
jongerenwerkinstelling, terwijl hij/zij bij de club in een positie is waarin
hij/zij daadwerkelijk invloed heeft op het publieksbeleid; werkend binnen een
project waarin ook politie en supportersvereniging samenwerken zodat hij ook
participeert in de begeleiding van supporters en in de aanpak en het
vervoersbeleid rondom wedstrijden.
Daarnaast blijken
die projecten die aansluiting hebben met een breed veld van
welzijnsinstellingen, buurtwerk, HALT en diverse stedelijke projecten meer
succesvol te zijn dan de projecten bij wie de netwerkverbinding met de
samenleving nog hapert. Bij het tot stand brengen van dit netwerk naar de
samenleving is de bereidheid om daaraan mee te werken vanuit de betrokken
instellingen een voorwaarde.
Concluderend
Een goed
supportersproject is verankerd in de voetbalorganisatie en geïnspireerd door
het jongerenwerk. Het staat gelijke invloeden van beiden toe en wordt
ondersteund door zowel de voetbalorganisatie als door een stedelijke
jongerenwerkinstelling. Extra aandacht zal vanuit het project moeten gaan naar
de versterking van de supportersvereniging door de professionals van het
project.
Een constructie, met
een bureau supporterszaken waarin zowel de voetbaltaken als de jongerenwerktaken
verenigd worden, heeft in deze gedachtegang de voorkeur boven constructies met
professionals die in meer federatief verband samenwerken.
Uitvoerend niveau::
de projectgroep. Hierin zitten:
- de politiefunctionaris die in de uitvoering belast is met begeleiding bij voetbalwedstrijden.
-
de coördinator publieksbeleid (CPB) van de BVO
-
het diensthoofd/coördinator van de stewards
-
de reis- en activiteitencoördinator van de SV
-
de 'fan-coach' van het jongerenwerk
-
de projectcoördinator (verantwoordelijke vanuit de gemeente of bijvoorbeeld de directeur
van het jongerenwerk)
De projectgroep komt
ten minste 1x per 6 weken bijeen.
Deze projectgroep
vormt het eigenlijke project en is verantwoordelijk voor beleid en uitvoering.
Dit vereist optimale samenwerking die is vastgelegd in een convenant.
Het
project wordt aangestuurd, ondersteund, gestroomlijnd en naar buiten
vertegenwoordigd door een boven de partijen staande functionaris: de
project-coach.
Bestuurlijk niveau::
De stuurgroep of begeleidingscommissie. Hierin zitten:
-
de lokale driehoek: Burgemeester (of
verantwoordelijk wethouder), corpschef politie en OM (hoofdofficier
v.Justitie) en de voetbalofficier.
-
de voorzitter of manager van de BVO
-
de leidinggevend functionaris van het
plaatselijk jongerenwerk
-
de voorzitter van de supportersvereniging
-
de projectcoördinator
Deze stuurgroep komt
ten minste 2x per jaar bijeen.
Taak van dit college
is afstemming op bestuurlijk niveau en vertaling van ontwikkelingen in de
uitvoering naar lokaal (bestuurlijk) beleid. Dit college heeft geen
leidinggevende rol/ beslissingsbevoegdheid ten aanzien van het project.
Top-down beleid wordt in de uitvoering vertaald via de eigen organisatie en
komt zo terug in de projectgroep.
Bovenlokaal:
De KNVB is
verantwoordelijkheid voor het ontwikkelen van publieksbeleid en sociaal
preventief beleid binnen de regionale overleggroepen (ROS), waarin per regio
de CPB's van de BVO's participeren.
De fan-coaches
dienen een eigen werkoverleg te organiseren (LOS).
De directeuren van
de welzijnsinstellingen waaraan de fan-coaches verbonden zijn organiseren een
regelmatig overleg met als doel te praten over onderwerpen als
subsidieperikelen, methodieken en ontwikkelingen in het jongerenwerk.
Fancoaches en
welzijnsinstellingen waaraan een projectwerker verbonden is worden ondersteunt
door een landelijk steunpunt.
Ten minste 2x per
jaar komt een landelijk afstemmingsoverleg (landelijke werkgroep sociaal
preventieve projecten) bijeen, waarin de KNVB, het LOS, het CIV, de FSV, het
LCO, vertegenwoordigers van de Ministeries van BIZA, VWS en Justitie en de VNG
zitting hebben.